Het christendom

Het christendom is één van de wereldgodsdiensten en heeft ook vandaag de dag nog miljoenen mensen die zich tot dit geloof rekenen. Daar hoort het grootste gedeelte van de Westerse Wereld bij. Hoewel we niet allemaal elke week in de kerk te vinden zijn, is onze maatschappij en samenleving wel ingedeeld naar de normen en waarden die we grotendeels van het geloof mee hebben gekregen. Het christendom heet een religie van vrede te zijn, maar heeft in het verleden meermalen voor enorme oorlogen en veel slachtoffers gezorgd. Dit heeft overigens niets met het geloof zelf te maken, maar heeft te maken met de aanhangers.

De opkomst

In de tijd van het Romeinse Rijk ontwikkelde het christendom zich als godsdienst en stond haaks op de religie binnen het Romeinse Rijk. Deze had namelijk meerdere goden, terwijl het christendom juist bekend zou staan als monotheïstische godsdienst. De godsdienst richtte zich vooral op de machtshebbers en zou na 300 na Christus de status krijgen van officiële staatsgodsdienst. Vanuit het Romeinse Rijk werd het geloof verspreid, waarbij het zich opnieuw richtte op de vorsten en koningen die het geloof zouden gaan verspreiden onder de onderdanen. Dit gebeurde vaak met dwang en geweld. Adellijken die zich niet bekeerden, zouden titels verliezen en moesten bijvoorbeeld extra belastingen betalen, of verloren hun hoofd.

De worteling

Na de verspreiding van het christendom kwam de periode van worteling in de maatschappij. Dit is het punt waarop alle kerken gebouwd worden, kloosters een prominente rol zouden gaan spelen en de aflaten een winstgevend handel zou gaan worden. Op dit moment vallen staat en religie samen. Missionarissen worden over heel de wereld gezonden om het geloof te verspreiden, vaak met succes, want zouden de vorsten zich niet bekeren, dan zou er een leger langskomen. Op dit moment is het christendom de religie van Europa die hard op de heidenen ingaat.

De scheidingen

Op het moment dat het christendom de leidende godsdienst is, gaat het (uiteraard) mis. Er komen splitsingen binnen de kerk en nieuwe stromingen ontstaan, waaronder het protestantisme. Dit gaat uiteraard direct verkeerd en leidt tot grote oorlogen, die bekendstaan als de geloofsoorlogen. De Dertigjarige Oorlog in Duitsland is daar een goed voorbeeld van. Dit gaat van kwaad tot erger en kost duizenden mensen het leven, waaronder in Frankrijk waar de Hugenotenoorlog een ware slachtpartij zou worden.

Secularisatie

Na de lange periode van tegenstellingen en oorlogen komt de periode van secularisatie. Steeds meer mensen hechten minder waarde aan het geloof en de staat komt los te staan van de religie. De mensen definiëren zich ook steeds minder aan de hand van het geloof, waardoor een hogere mate van individualisatie ontstaat. Geloof wordt iets wat je zelf doet en wat je zelf belijdt, indien gewenst met een geestelijke, maar de prominente rol van het christendom is voorbij. Op het moment dat er een einde komt aan de verzuiling in Nederland, is dit direct goed merkbaar, maar vergeet niet dat wij onze normen en waarden nog altijd van het christendom kennen.